Is het houden van huisdieren nog wel van deze tijd?

Wees eens eerlijk. Stop jij je dochter ’s nachts in een kooi? Steriliseer je haar in de puberteit? Of zorg je ervoor dat zij als volwassene alleen aan een ketting het huis verlaat? Waarschijnlijk niet, maar deze maatregelen blijven niet bespaard voor een ander familielid: het huisdier.

 

 

Allereerst is het tijd voor een schouderklopje, want wat zijn we verlicht. De strijd tegen racisme is winnende, de verschillen tussen man en vrouw worden met de dag minder, en iedereen wordt gelijkwaardiger. We hebben het allemaal goed voor mekaar. Maar ondanks dat we ons over verschillende mensenrassen heen kunnen zetten met onze nieuwe normen en waarden, zijn we nog niet in staat geweest deze over te hevelen naar andere dierenrassen. Hoe modern wij onszelf ook achten, het houden van huisdieren lijkt een achilleshiel in onze vooruitstrevende ethiek.

 

Trendgevoelig

De tijd van een symbiotische relatie met de hond is al lang voorbij; de afhankelijkheid is immers niet meer wederzijds. De mens heeft de hond nauwelijks meer nodig voor de jacht, veiligheid, of alledaagse taken. Toch houden Nederlanders anderhalf miljoen honden als huisdier, naast onder andere 2,6 miljoen katten, 9 miljoen vogels, 1,2 miljoen konijnen, 0,5 miljoen knaagdieren, en 9 miljoen vijvervissen. De 35 miljoen gezelschapsdieren in Nederland zijn er vooral voor ons eigen vermaak. Theorieën dat huisdieren goed voor onze (geestelijke) gezondheid zijn, staan tevens op wankel wetenschappelijk bewijs. Het houden van huisdieren wordt daarom veelal gezien als een culturele manifestatie, die even trendgevoelig is als sneakermode.

Een groot deel van deze dieren heeft een prima leven. Genoeg eten, een liefdevolle familie, en een zacht slaapvertrek. Helaas neemt niet iedereen deze verantwoordelijkheid even serieus. Wie heeft nou niet een konijn laten verpieteren in zijn kooi of een hamster laten doordraaien in zijn radje? Maar we maken ons eigenlijk vooral druk over dieren in de bio-industrie, het circus of de dierentuin. Het is echter nog maar de vraag of een melkkoe en een legkip het wel echt slechter hebben dan een fokhond of een eenzame zangvogel. Gelukkig is ernstig huisdierenleed een uitzondering op de regel in Nederland; er zijn immers miljoenen baasjes die wél goed voor hun huisdieren zorgen en wij kennen een invloedrijke Dierenbescherming. Toch wordt het tijd dat ook deze vrome dierenbezitters zich achter de oren gaan krabben.

 

Hiërarchisch

Is dit dierenbezit, zelfs als de dieren goed behandeld worden, dan een probleem? Vanuit een ethisch perspectief helaas wel. Volgens bio-ethicus en auteur van Run, Spot, Run, dr. Jessica Pierce, is het houden van een huisdier namelijk vrijwel altijd een egocentrische handeling, aangezien wij het gehele leven van het dier aan onze wil onderwerpen. Goede bedoelingen of niet. Ondanks dat onze (psychologische) relatie met bijvoorbeeld de hond na eeuwen van domesticatie zeer diepgaand is, verwachten wij volgens Pierce steeds meer dat de hond zich a-honds gedraagt in een veelal menselijke omgeving. Tegen teven aanrijden en op de stoep poepen is namelijk not done voor je keffer. Het is dan ook niet gek dat hondenhersenen met 20% gekrompen zijn sinds het begin van de domesticatie. De enthousiaste aandacht die wij terugkrijgen van een hond, wordt dan weer gezien als een rechtvaardiging voor ons hondenbezit.

De relatie met onze huisdieren is dus vrijwel altijd hiërarchisch. Zelfs de kat, die schijt aan alles lijkt te hebben, sluiten we zonder schuldgevoel op in ons appartementje. In een tijd waarin we actief streven naar gelijkwaardig en vrijheid, past dit – vanuit ethisch perspectief – eigenlijk niet meer in onze samenleving. Om nog maar niet te spreken van de minder gedomesticeerde dieren die soms eenzaam staan te grazen in een achtertuin. Zo zijn, volgens het Ministerie van Binnenlandse Zaken, de waterbuffel, de Sumatraanse bosgems, en de bergkangoeroe hartstikke legaal als huisdier. Samen met nog 150 andere soorten zoogdieren.

 

Inconsistentie

Het mogelijke psychologische leed van dieren – waar ook nog enige discussie over is – is echter niet het grootste probleem. De inconsistentie van onze toegepaste normen en waarden is namelijk zorgwekkender. De manier van omgang lijkt bijvoorbeeld deels gedefinieerd te worden door de knuffelbaarheid van het dier. Dieren die zacht en niet te groot zijn, en het liefst sprekende ogen hebben, lijken onze empathie sneller op te wekken. Zo reageren we verontwaardigd op het slachten van een lammetje, terwijl de oester niet hoeft te rekenen op ons medeleven. Een oester kun je immers ook niet in de ogen aankijken of aaien.

‘Maar’ – wordt dan vaak gezegd – ‘een lam is intelligenter dan een oester’ en daarom is het zieliger om dit leven te nemen. Deze redenering houdt bij nadere gedachte echter nauwelijks stand; een kittenleven achten wij nog steeds waardiger dan dat van de baby-octopus die we zonder problemen in de sushikeet naar binnen werken. En dat terwijl de octopus een van de meest intelligente dieren op aarde is.

 

Goudvis

De inconsistentie van onze relatie met dieren is zelfs op te merken bij de omgang tussen verschillende gezelschapsdieren. Een puppy zullen we niet snel zijn hele leven lang opsluiten in een kleine kooi, terwijl we de intelligentere en emotionele ara, gezegend met het vermogen om te vliegen, kortwieken en beperken tot een kwart m2 leefruimte. Zelfs de onderhoudsvriendelijke goudvis, die in het wild 25 jaar kan worden, drijft bij de meeste huishoudens van ellende binnen een paar jaar aan het oppervlak door een tekort aan ruimte en spanning.

De ongelijke behandeling is het resultaat van ons beperkt vermogen om dieren, hun intelligentie, en hun behoeften correct in te schatten. In Zijn we slim genoeg om te weten hoe slim dieren zijn laat primatoloog Frans de Waal zien dat onze dierenkennis gering is omdat ‘de wetenschap de afgelopen honderd jaar niet echt z’n best gedaan heeft om [de gevoelens en intelligentie van dieren] uit te zoeken’. Zo zijn honden eigenlijk minder intelligent dan wij vaak willen geloven, terwijl de goudvis over meer cognitieve capaciteiten beschikt dan altijd gedacht werd.

 

Euthanasie en geboorterestrictie

Moeten we huisdieren dan zomaar afschaffen? Nee, want dan staan plotseling miljoenen hulpbehoevende dieren, die tevens veel overlevingstactieken vergeten zijn, op straat. De rasoverschrijdende relatie die de mens heeft met sommige dieren, zoals de hond en de kat, is tevens historisch uniek. Maar er mag wel een ethisch debat plaatsvinden. We hebben bewezen – met een groeiende afkeer voor vee-industrie, geslachtsverschillen, en racisme – dat de tijd rijp is. Discussies over euthanasie en geboorterestricties zouden zich daarnaast niet moeten beperken tot de menselijke sferen; dit zijn namelijk praktijken die zonder al te veel na te denken bij miljoenen dieren dagelijks uitgevoerd worden.

Ondanks dat het steeds lastiger wordt voor consumenten om knaagdieren, konijnen en vogels in dierenwinkels te kopen, is – als wij écht de dierenliefhebbers zijn die we claimen te zijn – een filosofische evaluatie noodzakelijk. Het liefst vragen we aan onze huisdieren wat ze willen, maar we hebben bewezen dat wij eigenlijk heel weinig van ze begrijpen.

 

Please reload

 POPULAIRSTE ARTIKELEN 
Please reload

Contact redactie [at] geenkwats [punt] com

GeenKwats anno 2016

Website ©2019 Created by GeenKwats